|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
|
Algemeen Het wintervogelproject is geschikt voor groep 7 en 8, maar met een paar aanpassingen ook voor groep 5 en 6. Natuurlijk kun je er ook voor kiezen het uit te bereiden met eigen ideeën en het project langer laten duren. Dit Wintervogel project valt of staat met het enthousiasme waarmee het gebracht wordt, daarom is het naar mijn mening erg belangrijk dat je je eigen dingen in het project verwerkt. Dingen waar je je als leerkracht prettig bij voelt. Dit kan van alles zijn en op allerlei leergebieden. Ik vind het persoonlijk erg belangrijk dat de kinderen bij natuuronderwijs de natuur ervaren. Het bezig zijn met tastbare dingen. Eigenlijk hebben alle activiteiten direct of indirect met natuuronderwijs te maken. De grote lijn De grote lijn ligt in het kijken naar de natuur in je directe omgeving (wintervogels), in de tuin in dit geval. Het gaat specifiek om vogels die je bij de voedertafel ziet. Bij zoekkaart wintervogels vindt je de vogels die daar het meest voorkomen (met plaatjes). Daarnaast kunt u de kinderen als huiswerkopdracht meegeven dat ze moeten kijken bij hun in de tuin welke vogels ze zien. Dit kun je dan in de klas bespreken. Je kunt er zelf voor kiezen om dit dagelijks, om de dag of wekelijks te doen. Als je in de schooltuin een voedertafel hebt, zou je ook op school wekelijks/dagelijks een aantal minuten observatie in kunnen voegen in het rooster. Een determinatielijst om de vogels in de tuin bij te houden voor de kinderen staat in het onder wintervogellogboek. Dit is het wintervogelproject in grote lijnen. Als je nog toevoegingen hebt, mail het me dan even op erwin@bruulsema.com.
Tip: Verwerk in ieder geval het één en ander aan informatie in de les. Dit kan door een mondelinge les, een videoband, informatie zoeken op het internet of in boeken of door een gastdocent uit te nodigen. |
Voedertafel maken Benodigdheden: - Een open plek, met een veilige aanvliegroute voor de vogels Hoe gaan we te werk: Als leerkracht moet je dit natuurlijk niet zelf gaan inrichten. Je kunt de kinderen wel sturen en ideeën aanreiken voor de voedertafel. Maar laat de kinderen het werk doen en zelf uitvinden wat het beste werkt voor de vogels. Als je er een schoteltje water neerzet, voeg hier dan geen zout aan toe, maar ververs dit water als het bevriest. Zorg er ook voor dat de vogels niet in het water kunnen badderen. Als je een schoteltje hebt, zet dan in het midden een bloempot op de kop op het schoteltje, zodat er geen ruimte is om in het schoteltje te badderen. Een paar takken op de tafel maakt het geheel vaak iets feestelijker, vooral met dennentakken en coniferen (groenblijvers) kun je het mooi aankleden. Succes met het maken van de tafel ! Tips voor Nestkastje -
voedertafel: |
||||||||||||||||||||||
![]() Roodborst / Erwin Bruulsema (c) |
|||||||||||||||||||||||
|
1. Vetbollen maken: Benodigdheden: - Ongezouten frituurvet (blok) Voor je begint: Zorg dat je alles bij de hand hebt. Zorg dat er kranten op de
tafels liggen of een onderlegger. Pak een aluminium bakje, een knijper, een rekje en een waxinelichtje. Zet het waxinelichtje onder het rekje en steek deze aan. Zet op het rekje het aluminium bakje. Doe in het bakje een klein beetje frituurvet. Dit smelt. Doe er elke keer een beetje vet bij (niet in één keer een hele boel, dat duurt te lang). Doe dit tot je genoeg gesmolten vet hebt. (Dit hoeft niet helemaal gesmolten te zijn). Zet de knijper aan de zijkant van het bakje (deze is namelijk warm en de knijper is je handvat). Giet de vloeibare frituurvet in het plastic bekertje. Doe hierbij voldoende zaden (niet te veel, dan valt de vetbol uit elkaar als je hem uit het bekertje haalt.) Doe een touwtje of ijzerdraadje (met onderin een knoop, zodat hij beter blijft zitten) in het vet. Laat het bekertje staan tot het vet goed hard geworden is. Scheur daarna het bekertje kapot, zodat je vetbol heel blijft. Nu kun je hem ophangen voor de vogels. 2. Vet dennenappels maken Benodigdheden: - Ongezouten frituurvet Voorbereiding: Voor je dit gaat doen met de kinderen, moet je er wel voor zorgen dat je dennenappels in huis hebt. Deze moeten droog zijn voor gebruik. Als je ze in het bos vindt zijn ze vaak nat en dicht. Leg je ze een nacht op / of bij de verwarming, dan worden ze mooi droog en gaan ze open staan. Ook hierbij geldt weer, dat de tafels erg vet kunnen worden als je er geen krant of onderlegger op legt. Hoe gaan we te werk: Op tafel zet je klaar: Een schoteltje met zaden, een blok ongezouten frituurvet, plastic messen, dennenappels en touwtjes. De kinderen maken eerst het touwtje vast aan de dennenappel. Daarna gaan ze met een plastic mes frituurvet in de openstaande dennenappel smeren. (dit kan ook met de handen, dit werkt wel beter, maar je moet wel goede zeep hebben om je handen mee te wassen). Als de dennenappel vol zit met vet, dan druk je de dennenappel in het schoteltje met zaden, zodat alle kanten van de dennenappel goed vol zitten met vet en zaden. Je vet dennenappel is klaar om buiten opgehangen te worden. 3. Pinda's rijgen Benodigdheden: - Naalden met grote ogen Hoe gaan we te werk: Deze opdracht vergt eigenlijk het minst werk. De kinderen leggen een knoop in het touw, doen het touw door de naald en beginnen met rijgen. Wat erg mooi is, is dat je voedertafel er extra mooi uitziet met een paar van deze slingers. Sommige vogels vinden het heerlijk, anderen zul je niet bij de ketting zien. Welke vogels? Dat moeten de kinderen dan zelf ontdekken. |
|||||||||||||||||||||||
|
Tips Als u ervoor kiest te gaan tekenen met de kinderen m.b.t. dit thema. Neem dan enkele plaatjes mee voor de kinderen als voorbeeld. Tevens is het belangrijk dat er niet altijd dezelfde materialen worden gebruikt. Er zijn verschillende materialen die u kunt kiezen: m.b.t. het tekenen: - Potloden Daarnaast zal ik er ook zeker voor kiezen om verschillende kleuren papier te gebruiken wat een leuk effect geeft. Houdt ook rekening bij de keuze van het papier met hetgeen waarmee je tekenend. |
|||||||||||||||||||||||
|
Twee ideeën voor het elfje kunnen zijn (natuurlijk is het ook leuk om dit zelf te verzinnen):
|
|||||||||||||||||||||||
|
De leerlingen gaan in
groepjes van 2 tot 4 leerlingen een werkstuk maken over tuinvogels. Je kunt hier vele dingen bij laten doen. Het kan bestaan uit één A4'tje of uit een compleet werkstuk met vooral ook plaatjes ter verduidelijking. Als alle werkstukken klaar zijn zou je de leerlingen elkaars werkstukken kunnen laten beoordelen. Hierbij bekijken de kinderen van groepje A de vogels van groepje B, de leerlingen van groepje B de vogels van groepje C etc... Hiervoor zou je een scorelijst kunnen maken waarop de leerlingen aangeven of het werkstuk aan de vooraf gestelde eisen voldoet. De uiteindelijke beoordeling doe je natuurlijk als leerkracht zelf. |
|||||||||||||||||||||||
![]() Merel, Dwingeloo / Erwin Bruulsema (c) |
|||||||||||||||||||||||
|
Als de schooltuin en de klas het toelaten kun je een vogelkijkhut in een hoek in de klas creëren. Deze vogelkijkhut kun je maken van planken, maar wat makkelijker is, is om het te maken van landbouwplastic. Zet voor het raam een voedertafel (circa 1 à 2 meter van het raam) Plak het raam af met landbouwplastic met enkele kijkgaten/gleuven om nog wel te kunnen kijken. Leg een verrekijker en eventueel fotocamera in de vogelkijkhut. Tevens kunt u er een turflijst met meest voorkomende vogels neerleggen. (zie onderstaande link). De kinderen kunnen nu om de beurt 5 tot 10 minuten in de vogelkijkhut. Dit kan makkelijk tijdens zelfstandig werklessen en knutselen e.d. |
|||||||||||||||||||||||